FSUSE

Wat is de Easy Access-regeling?

Door Fsuse · Leestijd 5 minuten · Laatst bijgewerkt:

Wie in het hoger onderwijs lesmateriaal deelt — een hoofdstuk in de leeromgeving, een artikel in een reader — krijgt te maken met auteursrecht. De Easy Access-regeling bepaalt wat een instelling zonder aparte toestemming mag hergebruiken. Dit artikel legt uit hoe de regeling werkt, waar de grenzen liggen en wat er gebeurt bij overschrijding.

De regeling in het kort

De Easy Access-regeling is een afkoopregeling tussen Stichting UvO (Uitgeversorganisatie voor Onderwijslicenties) en de onderwijskoepels: de Universiteiten van Nederland (UNL) voor de universiteiten en de Vereniging Hogescholen voor de hogescholen. De instellingen betalen jaarlijks een afkoopsom; in ruil daarvoor mogen docenten — binnen grenzen — auteursrechtelijk beschermd materiaal hergebruiken in het onderwijs, zonder per geval toestemming te vragen.

De regeling geldt voor hergebruik binnen de fysieke en digitale muren van de eigen instelling, zoals de digitale leeromgeving (Canvas, Brightspace, Blackboard) en papieren readers.

De grenzen

De kern van de regeling is een maximum per bronwerk:

OnderwijstypeMaximum per werk
Hogescholen50 pagina's, én maximaal 25% van het werk
Universiteiten40 pagina's, én maximaal 20% van het werk

Twee dingen worden daarbij vaak over het hoofd gezien:

Overnames tellen op. Deelt een opleiding in dezelfde periode drie keer een stuk uit hetzelfde boek, dan telt dat cumulatief. Drie keer vijftien pagina's uit één werk is samen 45 — en dus mogelijk over de grens, ook al leek elke losse overname veilig.

De omvang van het bronwerk telt mee. Twintig pagina's uit een boek van 400 pagina's is iets anders dan twintig pagina's uit een bundel van 60. Zonder te weten hoe groot het hele werk is, valt niet te bepalen of een overname binnen het percentage blijft.

Wat er niet onder valt

Niet al het materiaal heeft de regeling nodig. Eigen werk van de docent, materiaal met een Creative Commons-licentie en Open Access-publicaties mogen vrij worden gedeeld. En voor werken waarvoor de instelling al een eigen licentie heeft — bijvoorbeeld via de bibliotheek — geldt die licentie, niet de Easy Access-grens. Een deel van wat op het eerste gezicht "te veel" lijkt, mag dus gewoon.

Voor overnames die boven de grenzen uitkomen, is aparte toestemming nodig via Stichting UvO.

Wat overschrijding kost

Stichting UvO controleert en handhaaft. Bij geconstateerd ongeoorloofd hergebruik volgen naheffingen — en die zijn geen theorie:

  • Sectorbreed rapporteerde UvO ruim €1,9 miljoen aan naheffingen over 2019 tot en met 2022, met een piek van bijna €1,4 miljoen in 2020 (UvO-jaarverslag 2022).
  • De Hogeschool Utrecht trof na een naheffing in 2017 een voorziening van €1 miljoen in de jaarrekening (HU-jaarverslag 2018).
  • De Hogeschool van Amsterdam ontving eerder een claim van circa €500.000 van Stichting PRO, met de aanzegging dat nogmaals hetzelfde bedrag zou volgen als de situatie niet binnen zes maanden verbeterde (Folia, 30 juni 2016).

De onderliggende oorzaak is zelden onwil. Docenten weten vaak niet dat een overname van een bepaalde lengte auteursrechten raakt — en de controle gebeurt achteraf, als het materiaal al maanden online staat.

Hoe blijft een instelling binnen de regeling?

In de praktijk vraagt dat per gedeeld document een antwoord op vijf vragen: is het werk beschermd, is er al een licentie, is er een Open Access-versie, hoeveel pagina's zijn dit ten opzichte van het hele werk, en wat is er dit studiejaar al eerder uit deze bron gedeeld?

Dat handmatig bijhouden is bij duizenden documenten per jaar niet vol te houden — de UNL en het samenwerkingsverband van universiteitsbibliotheken (UKB) concludeerden in 2022 al dat een geautomatiseerde oplossing "bijna niet anders" kan uitblijven.